Afscheidswoorden

In december 2014 is, na een zwangerschap van 23 weken, mijn kleinzoon Sjors tijdens de bevalling overleden. Dat is best heftig. Ik heb onderstaande tekst voor hem, zijn moeder en vader geschreven. Als je het mooi of inspirerend vindt, citeer er dan gerust uit. En noem zijn naam erbij, en die van mij. Zeg dat zijn grootmoeder dit voor hem heeft geschreven. Zo gaat zijn levensverhaal niet verloren en blijft ook de band tastbaar die er tussen ons is.

De dag dat ik hoorde dat het mis was met je, veranderde er iets.

Ik zat aan mijn werktafel toen je moeder me belde. Ze vertelde in enkele zinnen dat haar zwangerschap helemaal niet liep zoals zou moeten: jij had in je lijfje overal vocht zitten waardoor geen enkele van je orgaantjes zich goed kon ontwikkelen.

In eerste instantie was het net of een koude wind door mijn lijf blies en alles om me heen bevroor. En even later in het gesprek gebeurde dat nóg een keer. ‘Op een schaal van één tot tien is het tien slecht’, zei je mama alles samenvattend. Had ik dat nu wel goed gehoord? Ik zei voor mezelf de zinnen nog een keer en concludeerde dat toestand bleef zoals ik had verstaan.

En toen begon het langzamerhand. De wereld begon te veranderen. Het begon tot me door te dringen wat het betekende als ik zei ‘… als het maar gezond is.’ Wat wist ik ervan? Wat bedoelt iemand als die zegt ‘Ik hoop dat er nooit een overstroming komt.’ Wanneer is er in Breda ooit een overstroming geweest? Het zijn holle woorden, inhoudsloos, bij-wijze-van-woorden, iets wat je alleen uitspreekt, maar waaraan je geen enkele betekenis kunt koppelen. Gewoon omdat je nooit iets hebt meegemaakt wat vergelijkbaar was.

In onze familie was een ziek kindje, een niet levensvatbaar kindje, niet eerder voorgekomen. Niet in de eerste, tweede of derde graad althans. Ooit was er eens een tante geweest met kindjes bij wie het misging. Maar dat was van voor de oorlog en telde niet meer. De zin ‘… als het maar gezond is’ kreeg voor het eerst inhoud. Opeens begreep ik de kleur zwart. Dit, dít was nu zwart, van het inktste zwart dat je je kon bedenken. Veel van wat ik eerder zwart had genoemd, bleek bij nader inzien eerder antraciet, of donkergrijs te zijn. Of misschien wel lichtgrijs.

Ik had van die dagen dat ik opstond, me ergens aan stootte, dat het koffiedik per ongeluk net naast de vuilnisbak viel, ik naar buiten keek en zag dat het stroomde van de regen. Meestal had ik dan een afspraak en geen auto tot mijn beschikking. Dan had ik de pest in. Maar dit soort dagen waren niet donkergrijs. Ze waren veel lichter dan dat ik ooit had gedacht. De kleuren om me heen begonnen te veranderen.

Er blijken heel veel lichtpuntjes te zijn in mijn leven. Je moeder bijvoorbeeld, en je vader. Je zusje Juultje, je tantes, ooms, nichtjes. Je opa uiteraard. Het is droevig dat jij ze nooit zult leren kennen. Maar zíj zijn er, en zijn mijn zegeningen. Die tel ik. Verbindingen ontstaan of verdiepen zich doordat we verdriet delen. Of misschien delen we dat verdriet nog wel niet, maar dat leren we op deze manier langzamerhand. Het zijn kansen en mogelijkheden – allemaal nieuwe tinten.

Je bent zó jong en met 33 cm zó klein, en toch is dit is wat je voor elkaar hebt gekregen. Het is bizar, maar als je gewoon gezond was geweest, was ik misschien de kleurenblinde grootmoeder gebleven die ik was.

Opnieuw zit ik achter mijn bureau in mijn werkkamer en schrijf dit verhaaltje voor jou. Buiten regent het: het is somber en grijs. In de verte is de lucht inktzwart. Dat valt niet te negeren. Maar in mijn hart is het veel lichter. Daar straalt een zonnetje. Dat ben jij, Sjors. En ik weet dat je er blijft, om mijn botten te verwarmen als die gure wind opnieuw door merg en been gaat. Er is alle reden om je vreugdevol te begroeten: welkom in mijn hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *